LINKS/FILMPJES/DOCUMENTEN VOOR VWO bovenbouw

Сomentários

Transcrição

LINKS/FILMPJES/DOCUMENTEN VOOR VWO bovenbouw
INHOUD:

DUITS VWO TWEEDE FASE
HANDIGE LINKS EN INSTRUCTIEFILMPJES
(BIJ HET EXAMENPROGRAMMA)










Links/Filmpjes/Documenten voor
VWO bovenbouw
Examenprogramma VWO 6:
Domein A – Leesvaardigheid
Domein B - Luistervaardigheid
Domein C - Gespreksvaardigheid
Domein D – Schrijfvaardigheid
Domein E – Literatuur
Domein F – Oriëntatie op studie en beroep
Landeskunde
Online spellen
Documenten
LINKS/FILMPJES/DOCUMENTEN VOOR VWO bovenbouw
Leesvaardigheid
LINKS
Cito.nl, site vol met examens!
Studyflow, site om met examens te oefenen, apart te oefenen met
“gaten”vragen (woorden invullen op de open plaats), toonvragen
(mening van de schrijver, ironie etc.), structuurvragen enz.
Havovwo.nl, site om met examens te oefenen,
correctievoorschriften aanwezig
Leesvaardigheidsoefeningen
http://www.cito.nl/
http://examen.studyflow.nl/
http://www.havovwo.nl/
Tips en oefeningen in lezen
http://roosters.tabor.nl/oscarromero/vakken/Duits/Oefeningen/Leesvaardigheid/
InternetOpdrachten4V/InternetLeesvaardigheid.htm
http://www.talenwijzer.com/leesvaardigheid-duits-bovenbouw.html
Leesvaardigheidstips
http://wp.digischool.nl/duits/oefenen/lezen/tips-leesvaardigheid/
Duitse kranten
http://www.taz.de/
http://www.welt.de/ http://www.zeit.de/index
http://www.faz.net/ http://www.faz.net/
http://www.sueddeutsche.de/
Leesvaardigheid oefenen VWO 4 (op VMBO 4 TL-CSE-niveau 2013-I)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/GT-0063-a-13-1-o.pdf
Leesvaardigheid oefenen VWO 4 (op VMBO 4 TL-CSE-niveau 2013-I)
(correctievoorschrift)
Leesvaardigheid oefenen VWO 4 (op VMBO 4 TL-CSE-niveau 2013-II)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/GT-0063-a-13-1-c.pdf
Leesvaardigheid oefenen VWO 4 (op VMBO 4 TL-CSE-niveau 2013-II)
(correctievoorschrift)
Leesvaardigheid oefenen VWO 4/VWO 5 (op HAVO 5-CSE-niveau
2013-I)
Leesvaardigheid oefenen VWO 4/VWO 5 (op HAVO 5-CSE-niveau
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/GT-0063-a-13-2-c.pdf
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/GT-0063-a-13-2-o.pdf
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/HA-1004-a-13-1-o.pdf (vragen)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/HA-1004-a-13-1-b.pdf (teksten)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/HA-1004-a-13-1-c.pdf
2013-I) (correctievoorschrift)
Leesvaardigheid oefenen VWO 4/VWO 5 (op HAVO 5-CSE-niveau
2013-II)
Leesvaardigheid oefenen VWO 4/VWO 5 (op HAVO 5-CSE-niveau
2013-II) (correctievoorschrift)
Leesvaardigheid oefenen VWO 5 (op VWO 6-CSE-niveau 2013-I)
Leesvaardigheid oefenen VWO 5 (op VWO 6-CSE-niveau 2013-I)
(correctievoorschrift)
Leesvaardigheid oefenen VWO 5 (op VWO 6-CSE-niveau 2013-II)
Leesvaardigheid oefenen VWO 5 (op VWO 6-CSE-niveau 2013-II)
(correctievoorschrift)
Leesvaardigheid oefenen VWO 6 (op VWO 6-CSE-niveau 2013-I)
Leesvaardigheid oefenen VWO 6 (op VWO 6-CSE-niveau 2013-I)
(correctievoorschrift)
Leesvaardigheid oefenen VWO 6 (op VWO 6-CSE-niveau 2013-II)
Leesvaardigheid oefenen VWO 6 (op VWO 6-CSE-niveau 2013-II)
(correctievoorschrift)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/HA-1004-a-13-2-o.pdf (vragen)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/HA-1004-a-13-2-b.pdf (teksten)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/HA-1004-a-13-2-c.pdf
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-1-o.pdf (vragen)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-1-b.pdf (teksten)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-1-c.pdf
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-2-o.pdf (vragen)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-2-b.pdf (teksten)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-2-c.pdf
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-1-o.pdf (vragen)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-1-b.pdf (teksten)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-1-c.pdf
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-2-o.pdf (vragen)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-2-b.pdf (teksten)
http://www2.cito.nl/vo/ex2013/VW-1004-a-13-2-c.pdf
FILMPJES
Examentraining Duits Deel 1: Eindexamen: Algemene tips
(in principe op VMBO-niveau, maar ook geschikt voor
hogere niveaus)
Examentraining Duits Deel 2: Eindexamen: Algemene tips
(in principe op VMBO-niveau, maar ook geschikt voor
hogere niveaus)
Examentips
Leesvaardigheidstips
14’43
http://www.youtube.com/watch?v=I4gCSWjUcIo
11’17
http://www.youtube.com/watch?v=yE_u3UF1Xm0
2’05
7’45
http://www.youtube.com/watch?v=HkLb2O7OKlw
http://www.youtube.com/watch?v=5sjsegMCWmM
DOCUMENTEN
Document 1: Idioom/Signaalwoorden
Zie onderaan bij Documenten
Luistervaardigheid
LINKS
Diverse mogelijkheden om te oefenen met luisteren, spreken,
schrijven enz.
Diverse luisteroefeningen
Diverse luisteroefeningen
Luistertips
Tips en oefeningen in luisteren
NTR Thuisacademie luisteroefeningen
Schooltv Luisteroefeningen
http://www.goethe.de/lrn/duw/deindex.htm
http://roosters.tabor.nl/oscarromero/vakken/Duits/Oefeningen/Luistervaardigheid.htm
http://www.duits.de/oefenen/luisteren/
http://www.duits.de/oefenen/luisteren/luistertoetsen.php
http://www.talenwijzer.com/luistervaardigheid-duits-bovenbouw.html
http://educatie.ntr.nl/duits/1535292/home/
http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/project/3891919/duits-voor-deprofielen/3891924/home/
FILMPJES
Bijles Duits: 10 tips voor kijk- en luistervaardigheid
13’34
http://www.youtube.com/watch?v=FFh_u2LeZvo
DOCUMENTEN
Document 2: Kijk-/Luistervaardigheidstips
Zie onderaan bij Documenten
Spreekvaardigheid
LINKS
Diverse mogelijkheden om te oefenen met luisteren, spreken,
schrijven enz.
Diverse spreekoefeningen
Reële spreeksituaties oefenen
Spreken met een moedertaalspreker?
Discussiezinnen
NTR Thuisacademie spreekoefeningen
NTR Thuisacademie standaardzinnen spreken (30 blz)
http://www.goethe.de/lrn/duw/deindex.htm
http://www.duits.de/oefenen/spreken/
http://roosters.tabor.nl/oscarromero/vakken/Duits/Oefeningen/TaaldorpFlash/TaaldorpDEF.html
http://www.talenwijzer.com/online-duits-leren-spreken.html
http://www.duits.de/oefenen/spreken/discussiezinnen.php
http://educatie.ntr.nl/duits/1535814/downloads/
http://educatie.ntr.nl/duits/1535645/cursus/
FILMPJES
Uitspraak Duits Deel 1
Uitspraak Duits Deel 2
Deutsch A1-niveau (VMBO)
Deutsch A2-niveau (VMBO/HAVO)
Deutsch B1-niveau (HAVO)
Deutsch C2-niveau (VWO/Universiteit)
5’22
4’47
14’51
7’37
12’38
19’37
http://www.youtube.com/watch?v=QdLg69pnzFk
http://www.youtube.com/watch?v=sAWNJxFKvjE
http://www.youtube.com/watch?v=aGNd-6pDkEI
http://www.youtube.com/watch?v=5o87rLPbbHc
http://www.youtube.com/watch?v=khf1PF-jsHY
http://www.youtube.com/watch?v=B8VN2keDjzk
DOCUMENTEN
Document 3: Onderwerpen voor mondeling VWO klas 4
Document 4: Onderwerpen voor mondeling VWO
Zie onderaan bij Documenten
Zie onderaan bij Documenten
Schrijfvaardigheid
LINKS
Diverse mogelijkheden om te oefenen met luisteren, spreken,
schrijven enz.
Tips en oefeningen in schrijven
Hoe een brief te construeren m.b.v. een zgn. “klikbrief”
Foutenanalyse schrijfvaardigheid, zelf bijhouden waarin je fouten
maakt
Grammaticale hulp bij het schrijven van een brief
Briefregels
Voorbeeldbrieven zakelijk
http://www.goethe.de/lrn/duw/deindex.htm
http://www.talenwijzer.com/schrijfvaardigheid-duits-bovenbouw.html
http://www.klikbrief.nl/?page=brief&taal=2
http://roosters.tabor.nl/oscarromero/vakken/Duits/
Oefeningen/FOUTENANALYSE%20SCHRIJFVAARDIGHEID.pdf
http://www.schoolsamenvatting.nl/wp-content/uploads/2010/07/duits-grammaticabrief.pdf
http://www.duits.de/grammatica/sgdivbrf.php
http://www.learn-german-online.net/de/learning-german-resources/beispiel-briefe-aufdeutsch.htm
DOCUMENTEN
Document 5: Veelvoorkomende briefformules + briefidioom
Document 6: Checkliste brief
Zie onderaan bij Documenten
Zie onderaan bij Documenten
Grammatica
LINKS
Zeer uitgebreide Duitse grammatica Duden (1352 blz)
Uitgebreide Duitse grammatica
Diverse grammaticale oefeningen op divers niveau
Zeer uitgebreide site met diverse grammaticale oefeningen op divers
niveau
Duitse grammatica uitleg
Duitse grammatica oefenen
Naamvaluitleg
NTR Thuisacademie grammatica
Naamvaloverzicht
http://www.unige.ch/biblio/eti/static/documents/Duden_Grammatik.pdf
http://www.mein-deutschbuch.de/lernen.php?menu_id=1
http://www.duits.de/oefenen/grammatica/
http://roosters.tabor.nl/oscarromero/vakken/Duits/Oefeningen/Grammatica.htm
http://www.talenwijzer.com/uitleg-duitse-grammatica.html
http://www.talenwijzer.com/duitse-grammatica-oefenen.html
http://www.talenwijzer.com/de-duitse-naamvallen-uitleg.html
http://educatie.ntr.nl/duits/1535645/cursus/
http://www.docentdumont.com/1234zwartwit_met_betekenis_liggend.doc
FILMPJES
Bijles Duits grammatica 1: standaard zwak werkwoord
Bijles Duits grammatica 2: zwak werkwoord met stam op
s-klank
Bijles Duits grammatica 3: zwak werkwoord met stam op
d of t
Bijles Duits grammatica 4: haben, sein, werden –
onregelmatige werkwoorden
Bijles Duits grammatica 5: het bepaald lidwoord
Bijles Duits grammatica 6: geslachtsregels deel 1
Bijles Duits grammatica 7: het onbepaald lidwoord
Bijles Duits grammatica 8: het bezittelijk voornaamwoord
(de ein-groep)
Bijles Duits grammatica 9: het persoonlijk
voornaamwoord
Bijles Duits grammatica 10: de modale hulpwerkwoorden
+ wissen
Bijles Duits grammatica 11: geslachtsregels deel 2
10’20
5’24
http://www.youtube.com/watch?v=ulSYKDwzJUc
http://www.youtube.com/watch?v=zLMjdoSG34E
5’05
http://www.youtube.com/watch?v=-PX49xg0XmY
4’49
http://www.youtube.com/watch?v=ii3tq3Jrc40
2’46
8’06
4’29
8’59
http://www.youtube.com/watch?v=XIamyi0uD78
http://www.youtube.com/watch?v=cYm9VmDI2kc
http://www.youtube.com/watch?v=2ZJ7pEdXpSQ
http://www.youtube.com/watch?v=ylviBrULmj4
7’24
http://www.youtube.com/watch?v=YyiKji5uIL8
13’22
http://www.youtube.com/watch?v=4y9tJzh6kmg
5’09
http://www.youtube.com/watch?v=IELG6d5GFa4
Bijles Duits grammatica 12: het meervoud van het
zelfstandig naamwoord
Bijles Duits grammatica 13: Het sterke werkwoord
Bijles Duits grammatica 14: Alle werkwoorden o.t.t. in 3
groepen
Bijles Duits grammatica 15: 1e/4e naamval - Hij/Hemregel deel 1
Bijles Duits grammatica 16: 1e/4e naamval - Hij/hemregel deel 2
Bijles Duits grammatica 17: 1e/4e naamval - Hij/hemregel deel 3
Bijles Duits grammatica 18: 1e/4e naamval - hij/hemregel deel 4
Bijles Duits grammatica 19: 1e/4e naamval - Hij/Hemregel deel 5
Bijles Duits grammatica 22: 'nach', 'zu' of 'in'? Vertaling
van het voorzetsel naar
Bijles Duits grammatica 25: het verschil tussen 'an' en
'auf' als vertaling op
Bijles Duits grammatica 26: Het verschil tussen 'nach', 'in'
en 'über'
Bijles Duits grammatica 27: Het voltooid deelwoord in
het Duits
Bijles Duits grammatica 28: Hoofdzinnen en bijzinnen in
het Duits
Bijles Duits grammatica 29: het verschil tussen 'ob' en
'oder' als voegwoord
Bijles Duits grammatica 30: het verschil tussen 'das' en
'dass'
Bijles Duits grammatica 31: De verleden tijd van het
Duitse werkwoord
Bijles Duits grammatica 33: 2e naamval bijvoeglijke
bepaling
Bijles Duits grammatica 34: voorzetsels 2e naamval
Lidwoorden in het Duits
Naamvallen voor beginners Deel 1
11’57
http://www.youtube.com/watch?v=Hcigl_rU8iU
11’22
14’11
http://www.youtube.com/watch?v=MJX5p_UVfcY
http://www.youtube.com/watch?v=svJuz4z9T-E
13’54
http://www.youtube.com/watch?v=xhSBy4TGDLg
12’45
http://www.youtube.com/watch?v=Vp7Ng-xD9xI
8’47
http://www.youtube.com/watch?v=B2SsVT-PW5M
10’03
http://www.youtube.com/watch?v=bdnXDvxJirA
9’33
http://www.youtube.com/watch?v=7DBwmfM5EXQ
11’23
http://www.youtube.com/watch?v=ZxPJjy9pChs
4’10
http://www.youtube.com/watch?v=3AET4TK1ol4
3’23
http://www.youtube.com/watch?v=c3wuf3CgGyQ
14’37
http://www.youtube.com/watch?v=Yy5sCTNjIE0
8’47
http://www.youtube.com/watch?v=CwL0vbVEJ44
3’17
http://www.youtube.com/watch?v=O4KXoMLuKhE
3’50
http://www.youtube.com/watch?v=5szoYc0RUH4
8’54
http://www.youtube.com/watch?v=YPdq2O7bf88
14’18
http://www.youtube.com/watch?v=FEC2-YBFIuo
6’40
5’32
9’00
http://www.youtube.com/watch?v=NtDg6_mi4NU
http://www.youtube.com/watch?v=NxqAQOCpnyY
http://www.youtube.com/watch?v=70zGbqIBz50
Naamvallen voor beginners Deel 3
Uitleg voorzetsels met 3e of 4e naamval
Uitleg voorzetsels met 3e of 4e naamval
8’31
13’42
6’00
Zo makkelijk is het! (naamvallen)
Persoonlijke voornaamwoorden
Regelmatige werkwoorden
Für of vor?
Uitleg Komperativ Superlativ
Duitse naamvallen
Grammatica e/i- & a/ä-Wechsel - DuitsAcademie
Bijvoeglijke naamwoorden vervoeging
2’15
4’33
3’16
2’30
4’28
9’35
10’08
17’15
http://www.youtube.com/watch?v=GB9kjBqpiKc
http://www.youtube.com/watch?v=SWgBywy6SLQ
http://roosters.tabor.nl/oscarromero/vakken/Duits/Oefeningen/
Grammatica/Werkwoorden/Youtube-Video-Keuzevoorzetsels.htm
http://www.youtube.com/watch?v=nJMJReXLA1w
http://www.youtube.com/watch?v=_SVkcFTRwjg
http://www.youtube.com/watch?v=Ra4rGwLtM5s
http://www.youtube.com/watch?v=GDcosl_ciDQ
http://www.youtube.com/watch?v=0PNOxsEaIJQ
http://www.youtube.com/watch?v=KKVHm-eQP5I
http://www.youtube.com/watch?v=gaNKo2p-ZQw
http://www.youtube.com/watch?v=XMhE_OczLbM
DOCUMENTEN
Document 7: Naamvallen der-/ein-groep
Document 8: Naamvallen der-/ein-/niks-groep
Document 9: Duitse werkwoorden zwak en sterk
Document 10: Regel keuzevoorzetsels 3e/4e
Zie onderaan bij Documenten
Zie onderaan bij Documenten
Zie onderaan bij Documenten
Zie onderaan bij Documenten
Idioom - Woordenschat
LINKS
Algemene woordenschat opbouwen
Woordenschat examen opbouwen
Wrts woordjesprogramma, zelf woorden in te plaatsen
Signaalwoorden
Zeer uitgebreide site met divers idioom
Prima online-woordenboek
NTR Thuisacademie woordenschat
http://www.duits.de/oefenen/woordenschat/
http://www.duits.de/oefenen/woordenschat/examenwoordenschat/
http://www.wrts.nl/
http://www.duits.de/oefenen/woordenschat/signaalwoorden/
http://roosters.tabor.nl/oscarromero/vakken/Duits/Oefeningen/Idioom.htm
http://www.interglot.com/
http://educatie.ntr.nl/duits/1535645/cursus/
Literatuur
LINKS
Boekenlijst Duits
Buchfinken Duits, leesboekjes van Wolters Noordhoff (Lijsters)
Literatuurgeschiedenis Duits stromingen
Literatuurgeschiedenis Duits stromingen
Literatuurgeschiedenis Duits stromingen
“Der Vorleser” van Bernhard Schlink, complete tekst
Samenvattingen Duitse boeken
Samenvattingen Duitse boeken
Link naar Duitstalige schrijvers
http://www.talenwijzer.com/duitstalige-literatuur.html
http://www.lijsters.nl/wps/portal/!ut/p/b0/04_Sj9CPykssy0xPLMnMz0vMAfGjz
OKDQnwMg7zdDQ38DQzNDTwtLAO8LdwtjJ1NTPQLsh0VAYo3JTU!
/?WCM_GLOBAL_CONTEXT=
http://www.literaturwelt.com/
http://www.literaturwelt.com/epochen.html
http://www.pohlw.de/literatur/epochen/
http://vk.com/doc29287188_6036834?hash=42b4d2c236f944ed24&dl=93091117b14d771315
http://www.scholieren.com/duits/boeken
http://www.duits.de/literatuur/lijstuittreksels.php
http://www.ub.fuberlin.de/service_neu/internetquellen/fachinformation/germanistik/autoren/index.html
DOCUMENTEN
Document 11: Boekverslag voorbeeld
Zie onderaan bij Documenten
EXAMENPROGRAMMA VWO – DUITS
http://www.examenblad.nl/examenstof/syllabus-2014-moderne-vreemde/2014/vwo/f=/moderne_vreemde_talen_def_versie_vwo_2014.pdf
Domein A: Leesvaardigheid (Centraal Schriftelijk Examen)(CE)
Het centraal examen heeft betrekking op domein A, leesvaardigheid.
De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- relaties tussen delen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van
de auteur.
Domein B: Luistervaardigheid (Schoolexamen)(SE)
Het schoolexamen heeft betrekking op domein B, luistervaardigheid.
De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de spreker(s);
- anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek;
- aantekeningen maken als strategie om een tekst aan te pakken.
Het schoolexamen heeft betrekking op domein B, luistervaardigheid.
De kandidaat kan:
- aangeven welke informatie relevant is, gegeven een vaststaande behoefte;
- de hoofdgedachte van een tekst aangeven;
- de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven;
- conclusies trekken met betrekking tot intenties, opvattingen en gevoelens van de spreker(s);
- anticiperen op het meest waarschijnlijke vervolg van een gesprek;
- aantekeningen maken als strategie om een tekst aan te pakken.
Domein C: Gespreksvaardigheid (Schoolexamen)(SE)
Het schoolexamen heeft betrekking op domein C, gespreksvaardigheid.
Subdomein C1: Gesprekken voeren
De kandidaat kan:
- adequaat reageren in sociale contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- uitdrukking geven aan gevoelens;
- zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden;
- strategieën toepassen om een gesprek voortgang te doen vinden.
Subdomein C2: Spreken
De kandidaat kan verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en
daarbij zaken of personen beschrijven en standpunten en argumenten verwoorden.
Domein D: Schrijfvaardigheid (Schoolexamen)(SE)
Het schoolexamen heeft betrekking op domein D, schrijfvaardigheid.
Subdomein D1: Taalvaardigheden
De kandidaat kan:
- adequaat reageren in schriftelijke contacten met doeltaalgebruikers;
- informatie vragen en verstrekken;
- verworven informatie adequaat presenteren met het oog op doel en publiek, en daarbij zaken of personen beschrijven en uitdrukking geven aan gevoelens en standpunten
verwoorden;
- een verslag schrijven.
Subdomein D2: Strategische vaardigheden
De kandidaat kan met behulp van:
- een tekstverwerkingsprogramma een tekst schrijven;
- (elektronisch) naslagmateriaal teksten opstellen.
Domein E: Literatuur (Schoolexamen)(SE)
Het schoolexamen heeft betrekking op domein E, literatuur.
Subdomein E1: Literaire ontwikkeling
De kandidaat kan beargumenteerd verslag uitbrengen van zijn leeservaringen met ten minste drie
literaire werken.
Subdomein E2: Literaire begrippen
De kandidaat kan literaire tekstsoorten herkennen en onderscheiden, en literaire begrippen
hanteren in de interpretatie van literaire teksten.
Subdomein E3: Literatuurgeschiedenis
De kandidaat kan een overzicht geven van de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis en de
gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch perspectief.
Domein F: Oriëntatie op studie en beroep
Landeskunde – Kennis van het land
LINKS
Kennis van land en mensen
“Reis” door Duitsland
http://wp.digischool.nl/duits/oefenen/land-en-mensen/duitsland-abc/
http://www.deutschland-panorama.de/
FILMPJES
Reiseland Deutschland
Reise durch die deutschen Bundesländer
Die schönsten Städte Deutschlands
Spezifische Gewohnheiten in Deutschland
Das politische System Deutschlands
Deutsche Kultur
10’04
5‘50
1’53
6’02
7’01
5’24
http://www.youtube.com/watch?v=2qG9iC2iPDM
http://www.youtube.com/watch?v=tDKsacq2iFw
http://www.youtube.com/watch?v=LYbgOS59q8g
http://www.youtube.com/watch?v=Baphg2dIKQc
http://www.youtube.com/watch?v=jvJS8IyZvUc
http://www.youtube.com/watch?v=rl4Frl82TME
Online spellen
LINKS
Quiz over Duitsland
Diverse spelletjes
Diverse spelletjes
NTR Thuisacademie Test je kennis van (het) Duits(land)
NTR Thuisacademie diverse spelletjes
http://www.duits.de/vaklokaal/duitslandkwis/duitslandkwis.htm
http://www.goethe.de/frm/qus/deindex.htm
http://roosters.tabor.nl/oscarromero/vakken/Duits/Oefeningen/Spiele.htm
http://educatie.ntr.nl/duits/1535843/test-uzelf/
http://educatie.ntr.nl/duits/1535817/speel/
DOCUMENTEN
DOCUMENT 1 IDIOOM/SIGNAALWOORDEN
Basiswoordenlijst tekstbegrip
1. aber
maar; echter
Es wurde dunkel, aber wir machten kein Licht.
Es wurde dunkel, wir machten aber kein Licht.
2. trotzdem
desondanks
Es ging ihm schlecht, trotzdem machte er seine Arbeit.
3. obwohl
hoewel
Obwohl es regnete, ging sie spazieren.
4. während
terwijl
Meine Schwester freute sich, während mein Bruder traurig war.
5. deshalb, deswegen
daarom
In der Dunkelheit sieht er sehr wenig, deshalb (deswegen) kommt er abends lieber nicht zu Besuch.
6. also
dus
Er macht nie Hausaufgaben, er hat also immer schlechte Noten.
7. dennoch
toch
Sie war krank, dennoch wollte sie verreisen.
8. vielleicht
misschien
Ich weiß nicht, wann er kommt. Vielleicht morgen?
9. im Gegensatz zu
in tegenstelling tot
Im Gegensatz zu seinen Eltern ist er ein netter Mensch.
10. sondern
maar
Er kritisiert nicht diese Kinder, sondern ihre Eltern.
11. jedoch
echter
Die Hausaufgaben waren schwer, sie arbeitete jedoch weiter.
12. zum Beispiel (beispielsweise)bijvoorbeeld
Andere Völker, Franzosen und Italiener beispielsweise (zum Beispiel), machen das auch.
13. falls
als, indien
Du kannst mitkommen, falls du Lust hast.
14. weil
omdat
Deutsch ist für sie eine einfache Sprache, weil ihre Mutter aus Deutschland kommt.
15. je … desto (um so)
hoe … hoe (des te)
Je wärmer das Wetter, desto (um so) besser geht es ihm.
16. dagegen
daarentegen
Seine Freundin war wütend, seine Eltern dagegen haben nichts gesagt.
17. außerdem (zudem)
bovendien
Äpfel und Apfelsinen schmecken mir besser als Süßigkeiten, außerdem (zudem) sind sie gesünder.
18. in Bezug auf
met betrekking tot
Was hat sie in Bezug auf dieses Problem gesagt?
19. zwar
weliswaar
Er hat das zwar gesagt, aber ich frage mich, ob das wirklich seine Meinung ist.
20. entweder … oder
of(wel) … of(wel)
Er kauft entweder einen Mercedes oder einen BMW.
21. damit
opdat, zodat
Schreibe es dir auf, damit du es nicht wieder vergisst!
22. es sei denn
tenzij
Inge kommt immer zum Training, es sei denn, sie ist krank.
23. einserseits … andererseits
enerzijds … anderzijds
Einerseits hat ein Wagen große Vorteile, andererseits verschmutzt er die Umwelt.
24. überhaupt
eigenlijk
Haben die Kinder überhaupt verstanden, was sie angerichtet haben?
25. leider
helaas
Ich kann Ihnen leider nicht sagen, wann die Arbeit fertig ist.
26. daher
vandaar, daarom
Er war krank und konnte daher nicht kommen.
27. allerdings
echter
Sie ist meine beste Freundin. Ich muss allerdings zugeben, dass sie manchmal nicht sehr nett ist.
28. ja
immers
Unsere Freunde kommen gleich. Sie haben ja gesagt, dass sie bei unserem Fest sehr gerne dabei sind.
29. denn
want
Wir blieben zu Hause, denn das Wetter war schlecht.
30. demnach
dus
Er nennt sich Ausländer und ist demnach Gast in unserem Land.
31. sogar
zelfs
Es ist kalt geworden, heute nacht hat es sogar gefroren.
32. überdies
bovendien
Ich habe kein Interesse, überdies habe ich kein Geld.
33. kurzfristig
op korte termijn
Wir werden Sie kurzfristig darüber informieren.
34. nur
slechts, alleen maar
Sie verdiente nur zwei Euro pro Stunde.
35. wenn
als, indien
Wenn es regnet, fahre ich mit dem Bus in die Schule.
36. erst
pas
Erst am Freitag verstand er, warum sie am Montag so böse war.
37. ehe
voordat
Er isst immer vier Brote, ehe er in die Schule geht.
38. vor kurzem
onlangs
Ich habe ihn vor kurzem noch getroffen.
39. damals
toen, destijds
Meine Jugend (jeugd) war schön, ich habe damals viel gespielt.
40. seitdem
sindsdien
Letztes Jahr verreiste er nach Amerika, ich habe seitdem nichts mehr von ihm gehört.
41. indem
doordat
Er hat viel Geld gespart, indem er einen Teil der Arbeit selbst gemacht hat.
42. vorausgesetzt, dass
op voorwaarde dat
Vorausgesetzt, dass das Wetter schön bleibt, fahren wir nach Schweden.
43. stattdessen
in plaats daarvan
Die Reise nach München fand nicht statt. Stattdessen fuhren wir nach Berlin.
44. somit
dus
Er war der jüngste Sohn, er hatte somit keine Rechte.
45. etwa
bijvoorbeeld
Unser Deutschlehrer gibt viele Hausaufgaben. Andere Lehrer, wie etwa der Kunstlehrer, geben keine Hausaufgaben.
46. hinzu kommt, dass
daar komt bij, dat
Dieser Artikel ist teuer. Hinzu kommt, dass er auch qualitativ schlecht ist.
47. aus diesem Grund
om deze reden
Er war sehr krank. Aus diesem Grund ist er nicht mit uns in die Disko gegangen.
48. folglich
dus
Ich war verreist, folglich bin ich über diese Angelegenheit nicht informiert.
49. darüber hinaus
bovendien
Es war kalt und darüber hinaus regnete es.
50. freilich
echter
Er hat viele schlechte Noten. Man muss freilich bedenken, dass er vier Wochen krank gewesen ist.
51. neulich (kürzlich)
onlangs
Ich komme auf das Gespräch zurück, das wir neulich führten.
52. demnächst
binnenkort
“Romeo und Julia” wird demnächst in diesem Theater gespielt.
53. vor
geleden
Vor zwei Jahren habe ich Berlin und München besucht.
54. hinsichtlich
met betrekking tot
Diese Produkte sind hinsichtlich ihrer Qualität sehr attraktiv.
55. schließlich
tenslotte
Ich kann ihn nicht kritisieren, er hat schließlich seine Pflicht getan.
56. die Bedingung
de voorwaarde
Wir sind leider nicht mit Ihren Bedingungen einverstanden.
57. der Vorschlag
het voorstel
Das Parlament hat die Vorschläge der Regierung angenommen.
58. der Schluss (die Schlussfolgerung)de conclusie
Welche Schlussfolgerung zieht man als Leser aus diesem Text?
59. der Satz
de zin
Am Anfang des Textes steht ein Satz, den ich nicht verstehe.
60. die Tatsache
het feit
Es ist eine Tatsache, dass Deutsch ein wichtiges Fach ist!
61. die Einschränkung (Beschränkung)de beperking
Solche Verbote sind eine Einschränkung unserer Freiheit.
62. der Zweck
het doel, de bedoeling
Der Zweck seiner Reise war es, Abstand von der Arbeit zu nehmen.
63. die Ablehnung
de afwijzing
Wir waren traurig über die Ablehnung unserer schönen Ideen.
64. der Widerspruch
de tegenspraak, tegenstelling
Seine Talente stehen mit seinen Taten in krassem Widerspruch.
65. der Vorwurf
het verwijt
Er war krank, daraus kannst du ihm doch keinen Vorwurf machen?
66. die Erläuterung
de toelichting
Er gab praktische Erläuterungen zu seinen Vorschlägen.
67. der Verfasser
de schrijver van deze tekst
Was meint der Verfasser mit den Fragen, die er stellt?
68. das Ergebnis
het resultaat
Die Untersuchung brachte kein befriedigendes Ergebnis.
69. die Zeile
de regel
In der fünften Zeile steht ein Wort, das ich nicht verstehe.
70. die Voraussetzung
de voorwaarde
Ein hartes Training ist die wichtigste Voraussetzung für gute Ergebnisse.
71. der Absatz
de alinea
Im letzten Absatz steht oft die Schlussfolgerung des Textes.
72. die Rede sein von
sprake zijn van
In diesem Text ist von kriminellen Mädchen die Rede.
73. die Ansicht
de mening
Welche Ansicht des Verfassers wird im ersten Absatz zum Ausdruck gebracht?
74. die Einräumung
de toegeving
Der Lehrer machte eine Einräumung, indem er zugab, dass er uns in letzter Zeit sehr viele Hausaufgaben gegeben
hatte.
75. die Erklärung
de verklaring, de uitleg
Dieser Satz ist eine Erklärung des vorigen Satzes.
76. die Aussage
de uitspraak
Die Aussagen der Fachleute sind widersprüchlich.
77. auf der einen Seite …
aan de ene kant …
auf der anderen Seite
aan de andere kant
Auf der einen Seite ist er ein guter Mensch, auf der anderen Seite glaube ich ihm manchmal nicht.
78. die Ergänzung
de aanvulling
Seine Aussagen sind eine wichtige Ergänzung zu seinem Buch.
79. die Bedeutung
de betekenis
Ich habe die Bedeutung Ihrer Worte noch nicht verstanden.
80. die Bestätigung
de bevestiging
Man gab uns die Bestätigung, dass wir bleiben durften.
81. die Absicht
de bedoeling
Die Absicht des Verfassers ist es, seine Leser objektiv über dieses Problem zu informieren.
82. die Behauptung
de bewering
Mit einige Behauptungen in diesem Text bin ich nicht einverstanden.
83. zutreffen
kloppen, juist zijn
Die Behauptung, dass sich das Klima in den letzten Jahren geändert hat, trifft zu.
84. heißen
betekenen
Was heißt es, wenn im Text von “Bedingungen” die Rede ist?
85. begründen
motiveren, beargumenteren
Mit welchen Worten begründet der Verfasser seine Meinung?
86. zeigen
tonen, laten zien
Dieses Beispiel zeigt, wohin die Entwicklungen der letzten Jahre führen.
87. entsprechen
overeenkomen met
Welche der folgenden Aussagen entspricht dem vorletzten Absatz des Textes?
88. hervorgehen aus
blijken uit
Aus dem Text geht hervor, dass ganz junge Kinder schon sehr gut rechnen können.
89. berücksichtigen
rekening houden met
Wenn man auf der Nordsee segeln möchte, muss man das Wetter berücksichtigen.
90. fordern
eisen
Die Grünen fordern eine Reduzierung des Autoverkehrs.
91. betonen
benadrukken
Welches Problem wird in diesem Text betont?
92. sich beziehen auf
betrekking hebben op
Worauf beziehen sich diese kritischen Bemerkungen des Verfassers?
93. ersetzen
vervangen
Manchmal kann man in einem Text einen schwierigen Ausdruck durch ein einziges Wort ersetzen.
94. sich zeigen
blijken
Es zeigt sich in diesem Text, dass der Verfasser gegen die Benutzung von Atomenergie ist.
95. stimmen
kloppen
Was du da sagst, stimmt einfach nicht.
96. verwenden
gebruiken
Er verwendet immer das Wort “kriminell”, wenn er über Fussball spricht.
97. aufmerksam machen auf
wijzen op
Auf welches Problem macht der Verfasser den Leser hier aufmerksam?
98. erwähnen
vermelden
Die in diesem Artikel erwähnten Personen spielen alle eine Rolle in der Politik.
99. hervorheben
benadrukken
Ich möchte hier noch mal hervorheben, dass ich nicht mit Ihnen einverstanden bin.
100. schließen aus
concluderen uit
Was kann man aus diesen Worten schließen?
DOCUMENT 2 Kijk- /luistervaardigheidstips
HAVO/VWO
YouTube:
(zoekterm)
Familien im Brennpunkt
Mitten im Leben
Unsere erste gemeinsame Wohnung
Schulermittler
www.focus.de:
VIDEO’s (diverse filmpjes)
VWO
YouTube:
(zoekterm)
arte (= tv zender, Ziggo 620)(echt VWO-niveau)
DOCUMENT 3 Onderwerpen voor mondeling VWO klas 4
Stadt/Dorf
Läden / Einkaufen / Shoppen
Kriminalität / Großstadtproblem
Langweilig / ausgehen
Studieren -> Studentenbude mieten?
Moderne Technik: Handys, Internet, I-Pod, Blackberry, usw.
Kosten (Tarifvertrag <-> Guthabenkarte)
Anschaffungskosten
Unentbehrlich?
Neue Modelle / mehr Funktionen
Karneval
Der Prunkwagen / der Karnevals(um)zug
Sich besaufen
(Sich) verkleiden
Karnevalskostüm / Karnevalskleidung
Karnevalslied / Karnevalsschlager
Fasten / Fastenmonat / vierzigtägige Fastenzeit
Philipinnen
Taifun Haiyan / Inseln / armes Land
Opfer / Tote / Obdachlose
Hilfe / Spendenaktionen /
Korruption
Zukünftiger Beruf
Studieren: Fachoberschule / Berufsschule
Geld / glücklich sein
Wann aufhören?
Meine große Liebe
Wer oder was?
Warum? Wie lange schon?
Rauchfreie Kneipen/Diskos usw.
Gesundheit der Besucher / des Personals
Gemütlichkeit
Fernsehprogramme
Lieblingssendungen
Was für Sendungen und warum
You Tube
Seit 2005
Videos ansehen und/oder hochladen/publizieren
Wie oft / Was für Videos
Piercings und Tätowierungen
Sich piercen lassen / sich tätowieren lassen
Intimbereich / Augenbrauen / Nabel / Brustwarze
Körperschmuck
DOCUMENT 4 Onderwerpen voor mondeling VWO
Stadt/Dorf
Läden / Einkaufen / Shoppen
Kriminalität / Großstadtproblem
Langweilig / ausgehen
Studieren -> Studentenbude mieten?
Karneval, ja oder nein?
Der Prunkwagen / der Karnevals(um)zug
Sich besaufen
(Sich) verkleiden
Karnevalskostüm / Karnevalskleidung
Karnevalslied / Karnevalsschlager
Fasten / Fastenmonat / vierzigtägige Fastenzeit
Wenn man Kinder hat, sollten nicht beide Eltern arbeiten.
Erziehen / Karriere machen / Kindermädchen
Kinderkrippe / Kindertagesstätte
Kind kann entgleisen
Genetische Manipulation, ja oder nein?
Erbforschung / Genetisches Material
Krankheitsfrüherkennung bei Pflanzen/Kindern
Ernährung / Nahrung
Pflanzenkrankheiten / Zutaten / Etikett / Lebensmittelkennzeichnung
Die niederländische Gesellschaft wird immer asozialer. Den Menschen sollte wieder Moral beigebracht werden.
Schulen / Anstand / anständige Bürger
Hilfsbereitschaft
Sanitäter / Feuerwehrleute / Polizisten
Sinnlose Gewalt / Kluft zwischen Arm und Reich
Karriere ist das Wichtigste im Leben.
Karriere machen /
Auf der gesellschaftlichen Stufenleiter nach oben kommen
Geld verdienen / Kinder erziehen / Auf Kosten der Kollegen / Studieren
Die Regierung sollte mehr für die Umwelt tun.
Umweltschutz / Umweltverschmutzung /
Umweltsteuer (milieutax)
Umweltschutzorganisation / Ökofreak / Ökogruppe / Mülltrennung / Abfallcontainer
Müllverbrennungsanlage
Leben ohne Computer, ja oder nein?
Digitalisierung der Gesellschaft
Handy / Internet / I-Pod / I-Pad / Smartphone
Piercings und Tätowierungen sind cool.
Sich piercen lassen / sich tätowieren lassen
Intimbereich / Augenbrauen / Nabel / Brustwarze / Körperschmuck
Infektionen / Entzündungen
Rauchen, Alkohol und Partydrugs sollten verboten werden.
Partydrogen: GHB, Speed, Pilzen, Ecstasy, LSD
Sucht / Kriminalität / Händler
Gesundheit / Lungenkrebs / Alkoholmissbrauch / Alkoholiker
DOCUMENT 5 Veel voorkomende briefformules + briefidioom
A
Beginsituaties:
1.
Vielen (herzlichen) Dank für Ihren Brief, den ich gestern von Ihnen erhielt.
2.
Anlässlich Ihres Schreibens/Ihres Briefes vom 3. Januar 20.. teile ich Ihnen mit, dass ich an Ihrem Angebot sehr interessiert bin.
3.
Wir nehmen höflich Bezug auf Ihr Schreiben/Ihren Anruf vom 3. d.M. (= dieses Monats).
4.
Ich erlaube mir, mich mit einer Bitte an Sie zu wenden.
5.
Ihre Adresse verdanke ich meinem Kollegen, Herrn van Dijk.
6.
Mit Interesse habe ich von Ihrem Schreiben vom 3. Januar Kenntnis genommen.
7.
Gern möchte ich von dir erfahren, wie es dir geht. Mir geht es inzwischen ausgezeichnet!
B
Situaties in het verloop van de brief:
1.
Da ich im Juni dieses Jahres einem Kongress in München beiwohnen muss, bitte ich Sie höflich, mir Auskünfte über die Aufenthaltsmöglichkeiten in der Umgebung
der Stadt zu erteilen.
2.
Ich bitte Sie höflichst um eine Antwort auf untenstehende Fragen.
3.
Gern bestätigen wir hiermit, wie vereinbart, folgende Buchung:
2 Doppelzimmer auf Süden mit Dusche und Toilette und Vollpension.
4.
Ich bitte Sie höflichst, meine Reservierung von heute möglichst bald zu bestätigen.
5.
Ich lege großen Wert auf Deine/Ihre Hilfe!
6.
Ich bedauere sehr, dass ich Ihnen nicht helfen kann.
7.
Wir freuen uns sehr auf Ihren Besuch am 25. März.
8.
Zu unserem Bedauern stellen wir fest, dass er den Auftrag nicht erledigt hat.
9.
Ich bitte Sie höflich um Ihr Angebot mit Angaben von den neuesten Preisen und der Lieferfrist.
C
Slotsituaties:
1.
Gern möchte ich Ihnen/dir im Voraus recht herzlich für Ihre/deine Bemühungen in dieser Angelegenheit danken. (Let op: Ihnen met hoofdletters, dir en deine
zonder!)
2.
Ich füge meinem Brief ein vor kurzem aufgenommenes Lichtbild und einen Lebenslauf bei und hoffe auf eine positive Antwort Ihrerseits.
3.
Ich sehe Ihrer Antwort mit Interesse innerhalb der nächsten Wochen entgegen.
4.
Ich wäre Ihnen für eine baldige Antwort sehr dankbar.
5.
Bestelle deinen Eltern einen recht herzlichen Gruß von mir und meinen Eltern!
6.
Eingeschlossen sende ich euch einige Abzüge von Fotos, die ich während unseres Aufenthaltes bei euch aufgenommen habe.Ihnen dankend für Ihre Mühe, verbleibe
ich, in Erwartung Ihrer baldigen Antwort, (volgende regel): mit freundlichen Grüßen
7.
Es grüßt dich herzlich / Mit freundlichen Grüßen
BRIEFVOCABULAIRE THEMATISCH
A. Allgemein
die Adresse, die Anschrift
im voraus
bitten +4 um +4
ich bitte Sie um den Brief
fragen +4 nach +3
ich frage Sie nach dem Weg
nähere Auskunft / nähere Auskünfte
Auskünfte erteilen
adres
bij voorbaat
verzoeken om
informeren naar
nadere inlichtingen
inlichtingen verstrekken
Auskünfte einholen
sich erkundigen nach +3
in Beantwortung Ihres Schreibens
auf Ihr Schreiben vom...
entgegensehen +3
es handelt sich um
zuschicken, zusenden
danken +3, Dank (m.) aussprechen +3
sich Mühe geben, sich bemühen um +4
ich danke Ihnen für Ihre Mühe(waltung)
im Namen +2
namentlich
nämlich
umgehend, postwendend
beabsichtigen, vorhaben, die Absicht haben
möchte(n)
das Schreiben, der Brief
hinzufügen
der Wohnort
abschicken
eintreffen
erhalten, empfangen
etwa, ungefähr
die hiesigen Verhältnisse
die dortigen Verhältnisse
i.A. (= im Auftrag)
bzw. (= beziehungsweise)
das Versehen, der Irrtum
versehentlich
(der Verabredung) gemäß +3
entsprechen +3
vereinbaren (+ haben)
inlichtingen inwinnen
informeren naar
in antwoord op uw schrijven
in antwoord op uw schrijven van de..
tegemoet zien
het gaat over
toezenden
danken, dank betuigen
zich moeite getroosten
ik dank u voor uw moeite
namens
met name
namelijk
per omgaande
van plan zijn
wil(len), zou(den) graag willen
het schrijven, de brief
eraan toevoegen
de woonplaats
wegsturen, verzenden
aankomen
ontvangen
ongeveer
de omstandigheden alhier
de omstandigheden aldaar
p.o. (per order, in opdracht van
resp. (respectievelijk)
de vergissing
bij vergissing
overeenkomstig (de afspraak)
overeenkomen met, beantwoorden aan
overeenkomen, een overeenkomst sluiten
wir hatten folgendes vereinbart
einer Bitte entsprechen
die Bestätigung
das Angebot
der Vorschlag
die Entschuldigung
die Angelegenheit
das Geschäft
die Anlage, als Anlage zu diesem Brief
schicke ich Ihnen...
anbei, beiliegend, eingeschlossen
eine Kopie füge ich diesem Brief bei
anläßlich +2
Bescheid wissen
Bescheid erteilen/sagen
benachrichtigen +4
sich zeigen, sich herausstellen
in Bezug auf +4
aufgrund +2
diesbezüglich, betreffend
sich beziehen auf +4
vorziehen, bevorzugen
zur Verfügung stellen, stehen
sich wenden an +4
etwas gewähren
ich übernehme keine Gewähr dafür
ohne Gewähr
etwas anordnen
in Betracht kommen
dienen +3
erfahren (er erfährt)
folgendes mitteilen
wij zijn het volgende met u overeengekomen
aan een verzoek voldoen
de bevestiging
het aanbod
het voorstel
het excuus, de verontschuldiging
de zaak, de kwestie
de zaak,winkel; de handel
de bijlage, als bijlage bij deze brief
zend ik u...
bijgaand
een kopie voeg ik toe aan deze brief
naar aanleiding van
op de hoogte zijn
op de hoogte brengen
bericht zenden
blijken
met betrekking tot
op grond van
desbetreffend
refereren aan
de voorkeur geven aan
ter beschikking stellen, staan
zich wenden tot
iets garanderen
ik kan dat niet garanderen
onder voorbehoud
iets regelen
in aanmerking komen
dienen, van dienst zijn
vernemen
het volgende mededelen
nächsten Monat
erwünscht
hierdurch, hiermit
höflichst bitten
ich bitte Sie höflichst/höflich/höfl.
b.w. bitte wenden
eventuell
das Telegramm
das Fernschreiben
das Fax (ww. faxen)
der Anruf
darauf aufmerksam machen +4
volgende maand
gewenst
hierbij, hiermee
beleefd verzoeken
ik verzoek u beleefd...
z.o.z.
eventueel
het telegram
de telex
de fax
het telefoongesprek
attent maken op
B. Abonnement
(auf) eine Zeitung abonnieren
der Verlag, der Verleger
die Redaktion, die Schriftleitung
veröffentlichen
ein Abonnement kündigen, abbestellen
das Buch ist vergriffen
zich op een krant abonneren
de uitgeverij, de uitgever
de redaktie
publiceren
een abonnement opzeggen
het boek is uitverkocht
C. Anfrage
die Anfrage
einen Prospekt anfordern
de aanvraag (d.w.z. het informeren)
een prospektus aanvragen
D. Bestellung, Reservierung
der Aufenthalt
das Hotel, der Gasthof, die Pension
das Verzeichnis
abreisen, abfahren
die Abreise, die Abfahrt
die Ankunft, die Anreise
het verblijf
het hotel, het pension
de lijst, het register
vertrekken
het vertrek
de aankomst
wohnen
Zimmer, Plätze belegen
annullieren
der Prospekt, das Faltblatt
das Einzelzimmer
das Doppelzimmer
das Dreibettzimmer
das Frühstück
das Mittagessen
das Abendbrot
(die) Vollpension, Halbpension
alles miteinbegriffen
einschließlich 14% Mehrwertsteuer (MwSt)
einen Kongreß veranstalten
eine Ausstellung abhalten
logeren, wonen
kamers, plaatsen bespreken
annuleren
het prospektus, de folder
de eenpersoonskamer
de tweepersoonskamer
de driepersoonskamer
het ontbijt
het (warme) middageten
de avondmaaltijd
vol-, halfpension
alles inbegrepen
incl. 14% BTW
een congres organiseren
een tentoonstelling houden
E. Bitte
die Bitte
das Antragsformular
einreichen
einen Antrag stellen
het verzoek
het aanvraagformulier
indienen
een verzoek indienen
F. Gefühlsäußerungen
zu meiner Enttäuschung
zu Deinem Erstaunen
zu seiner Verwunderung
zu unserem Vergnügen
zu Euerer Freude
zu ihrer Überraschung
zu Ihrem Bedauern
mitteilen
tot mijn teleurstelling
tot jouw verbazing
tot zijn verwondering
tot ons genoegen
tot jullie genoegen
tot hun verrassing
tot uw spijt
mededelen
G. Grüße, Einladung
Grüße überbringen
sich erlauben (3e naamval)
Ich erlaube mir, mich mit einer Bitte
an Sie zu wenden.
einladen (du lädst ein, er lädt ein)
die Einladung
hierdurch, hiermit
Bitte, richten Sie Ihrem Vater meine
besten Grüße aus!
Bestelle Deinem Onkel schöne Grüße!
mit freundlichen Grüßen
mit den besten Empfehlungen
mit vorzüglicher Hochachtung
groeten overbrengen
zich veroorloven, de vrijheid nemen
Ik neem de vrijheid mij met een
vraag tot u te richten
uitnodigen
de uitnodiging
hierbij, hiermee
Breng uw vader mijn beste groeten
over.
Doe je oom de groeten!
met vriendelijke groeten
beleefd groetend
met gevoelens van de meeste hoogachting
H. Klagen und Beschwerden
das Bedenken
die Beschwerde, die Reklamation
Beschwerde erheben gegen +4
sich beschweren
eine Beschwerde vorbringen
Ersatz für den erlittenen Schaden
der Schadensersatz
het bezwaar
de klacht
een klacht indienen tegen
een klacht indienen
een klacht indienen
vergoeding voor de geleden schade
de schadevergoeding
I. Gratulationen, Kondolenz und Beileidsbriefe
gratulieren +3 zu +3
Ich gratuliere dir herzlich zum
Geburtstag.
Herzlichen Glückwunsch zum
Geburtstag!
kondolieren +3 zu +3
das Ableben, der Tod
feliciteren met
Ik feliciteer je hartelijk ,met je
verjaardag.
Hartelijk gefeliciteerd met je
verjaardag!
condoleren met
het overlijden
Beileid bezeugen
tief erschüttert
medeleven betuigen
diep ontroerd
J. Kosten und Preise
der Preis / -e
zum Preis von...
eine Summe in Höhe von +3
per / durch Postanweisung
überweisen auf Ihr Konto Nr. ...
bei der Sparkasse in ...
gegen Nachnahme
der internationale Antwortschein
de prijs + mv.
tegen de prijs van ...
een som ten bedrage van
per postwissel
(per giro) overmaken op uw rekening nr...
bij de spaarbank in...
onder rembours
het internat. antwoordcoupon
K. Bewerbungsbrief
Bewerbungsunterlagen
die Bewerbung
sich bewerben um +4
die Anzeige, die Annonce, das Inserat
inserieren
die Stellenangebote
das Arbeitsamt
die Personalabteilung
die Abschrift
das Zeugnis
das Reifezeugnis, das Abiturzeugnis
die mittlere Reife
das Abitur machen/bestehen
Deutschkenntnisse
Kenntnisse erweitern
die Fremdsprache
das Studium / die Studien
die Ausbildung
sollicitatiebescheiden
de sollicitatie
solliciteren naar
de advertentie
adverteren
de vacatures
het arbeidsbureau
de afd. personeelszaken
afschrift, kopie
getuigschrift, diploma
het einddiploma VWO/HAVO
het einddiploma VMBO
het eindexamen doen/halen
kennis van het Duits
kennis vergroten
de vreemde taal
de studie + mv.
de opleiding
die Stelle
der Ort
die Gesellschaft
Bezahlung, Besoldung, Gehalt
Tariflohn
Akkordlohn
die Stellung
de betrekking; plaats, plek
de plaats (stad of dorp)
de maatschappij (i.a.b.)
honorarium, salaris
CAO-loon
stukloon
de positie (i.h. bedrijf)
L. Zeitbestimmungen
in Kürze, demnächst
in einer Woche
im Januar
im Jahre 2003
am 06. Januar
vom 02. bis zum 20. Juli
d.M. (dieses Monats)
d.J. (dieses Jahres)
v.J. (vorigen Jahres)
zum 1. Januar kündigen
nächsten Montag
zur Zeit (z.Zt.) / im Moment (Augenblick)
das Datum / die Daten
der Zeitpunkt, da....
zu diesem Zeitpunkt, Termin
möglichst bald, möglichst gut
künftig
in Zukunft
vor kurzem
vor drei Monaten
es ist einen Monat her
in letzter Zeit
in kürzester Zeit
binnenkort
over een week
in januari
in 2003
op 6 januari
van 2 t/m 20 juli
van deze maand
van dit jaar
van vorig jaar
per 1 januari opzeggen
de volgende maandag
momenteel
datum; data, gegevens
het tijdstip, waarop....
op dit tijdstip
zo spoedig, zo goed mogelijk
aanstaande, toekomstig
in de toekomst
kort geleden
drie maanden geleden
het is een maand geleden
in de laatste tijd
in zeer korte tijd
in kürzerer Zeit
am Tage, da...
als + verleden tijd
wann?
wenn
dann
denn
an erster Stelle
erstens... zweitens... drittens...
zunächst, zuerst
in tamelijk korte tijd
op de dag, dat...
toen
wanneer?
indien, wanneer, als
dan, daarna, vervolgens
dan (zonder nadruk); want
in (op) de eerste plaats
ten eerste... ten tweede... ten derde...
eerst
erst
pas
weil
während; während +2
als (na een vergrotende trap)
zu Weihnachten / zu Ostern
omdat
terwijl; tijdens
dan
met Kerst / met Pasen
Leer dit briefidioom Nederlands/Duits!
De ervaring leert dat je er veel gemak van zult hebben tijdens het schoolexamen schrijfvaardigheid. Je hoeft dan namelijk niet zoveel in het woordenboek
op te zoeken.
DOCUMENT 6 Checkliste brief
Checkliste (Aanwijzingen voor het nakijken van een brief)
•
Is het een persoonlijke of formele brief?
Het verschil zit o.a. in het gebruik van het persoonlijke voornaamwoord (DU of SIE), in de aanhef, wel of niet gebruik van het adres en in de afsluiting.
•
Kijk goed na of je voldoet aan de opdracht.
Let goed op het aantal woorden dat gevraagd wordt en haal er geen zaken bij die niet gevraagd worden.
•
Ga in elke zin na of er voorzetsels in staan en of je ze met de juiste naamval gebruikt hebt. NB De vier groepen voorzetsels en het schema van het
bijvoeglijk naamwoord moet je zonder meer van buiten kennen.
•
Zorg dat je brief overzichtelijk is, d.w.z. niet te lange zinnen maken en, indien nodig, een nieuwe alinea gebruiken.
•
Als je het woordenboek gebruikt let dan op volgende punten:
a Kies niet het eerste en beste woord, maar ga na welk woord het beste in de zin past.
b Het woordenboek geeft ook het geslacht aan van het zelfstandig naamwoord. In het
Nederlands: m. vr. en o. In het Duits: m(männlich), w (weiblich) en s (sächlich).
c Bij werkwoorden en voorzetsels staan meestal ook grammaticale gegevens.
•
In een bijzin staat het vervoegde werkwoord (dit is zeer vaak een hulpwerkwoord) achteraan.
Voorbeeld: Ik hoop dat hij zal komen.
Ich hoffe, daß er kommen wird.
•
Is het werkwoord sterk of zwak, want dit heeft gevolgen.
Een derde naamval staat voor een vierde naamval.
Voorbeeld: Ich gebe meinem Freund ein Geschenk.
Heeft het werkwoord nog een vaste naamval?
Voorbeeld: helfen + 3.
De persoon tot wie je je richt, wordt altijd met een hoofdletter geschreven.
•
Ga na of het woordje “dat” voegwoord is. Zo ja, dan door dass vertalen. In alle andere gevallen das.
•
Ga na of het zelfstandig naamwoord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is.
DOCUMENT 7 Naamvallen der-/ein-groep
NAAMVALLEN LIDWOORDEN – BIJV.NAAMWOORDEN
m
v
o
mv
1
re/-r
ee
se/-s
en
2
s n (s)
rn
s n (s)
rn
3
mn
rn
mn
n n (n)
4
nn
ee
se/-s
en
 DER/: d… - dies – welch – jed – jen - manch – solch – all volgens linkerkant (links van de
slash)
 /EIN: ein – kein – mein – dein – sein – unser – euer – ihr – Ihr (bez.vnw.) volgens
rechterkant (rechts van de slash)
1e letter: uitgang lidwoord 2e letter: uitgang bijv.nw (letter): uitgang znw.
NAAMVALLEN:
1e:
- Koppelwerkwoord (sein (ist) , werden, bleiben)
- Onderwerp (wie?)
2e:
- van de / het
- Na: während, wegen, statt, trotz
3e:
4e:
-
Na: aus, bei, mit, nach, seit, von, zu
Na: an, auf, hinter, in , neben, über, unter, vor, zwischen (RUST) (TIJD)
Na: an, hinter, in, neben, unter, vor, zwischen (geen RUST, TIJD of BEWEGING)(7/2-regel)
Bij: danken, helfen, gratulieren
Meew. Vwp. (aan, voor)
Na: durch, für, gegen, ohne, um
Na: an, auf, hinter, in , neben, über, unter, vor, zwischen (BEWEGING)
Na: auf, über (geen RUST, TIJD of BEWEGING)(7/2-regel) Bij: es gibt, fragen, bitten
Lijdend vwp. (wie of wat?)
Tijdsbep zonder vz. Dieses Jahr, vorigen Sommer
DOCUMENT 8 Naamvallen der-/ein-/niks-groep
NAAMVALLEN LIDWOORDEN – BIJV.NAAMWOORDEN
m
v
o
mv
1
re/-r
ee
se/-s
en
2
s n (s)
rn
s n (s)
rn
3
mn
rn
mn
n n (n)
4
nn
ee
se/-s
en
 DER/: d… - dies – welch – jed – jen - manch – solch – all volgens linkerkant (links van de
slash)
 /EIN: ein – kein – mein – dein – sein – unser – euer – ihr – Ihr (bez.vnw.) volgens
rechterkant (rechts van de slash)
 NIKS: als er geen van de bovenstaande woorden (d… - all, ein – Ihr) voor staat, maar
bijvoorbeeld: a) viel, mehrer, etlich, einig, verschieden, zahllos, zahlreich of b) een getal) of
c) als er helemaal geen woord voor staat. (dikgedrukte letter)
1e letter: uitgang lidwoord 2e letter: uitgang bijv.nw (letter): uitgang znw.
NAAMVALLEN:
1e:
- Koppelwerkwoord (sein (ist) , werden, bleiben)
- Onderwerp (wie?)
2e:
- van de / het
- Na: während, wegen, statt, trotz
3e:
4e:
-
Na: aus, bei, mit, nach, seit, von, zu
Na: an, auf, hinter, in , neben, über, unter, vor, zwischen (RUST) (TIJD)
Na: an, hinter, in, neben, unter, vor, zwischen (geen RUST, TIJD of BEWEGING)(7/2-regel)
Bij: danken, helfen, gratulieren
Meew. Vwp. (aan, voor)
Na: durch, für, gegen, ohne, um
Na: an, auf, hinter, in , neben, über, unter, vor, zwischen (BEWEGING)
Na: auf, über (geen RUST, TIJD of BEWEGING)(7/2-regel) Bij: es gibt, fragen, bitten
Lijdend vwp. (wie of wat?)
Tijdsbep zonder vz. Dieses Jahr, vorigen Sommer
DOCUMENT 9 Duitse werkwoorden zwak en sterk
Kenmerken zwak werkwoord
Zwakke werkwoorden ('schwache Verben') zijn werkwoorden die min of meer regelmatig vervoegd worden. Denk hierbij aan Nederlandse werkwoorden die
-te of- de als uitgang in de verleden tijd krijgen (wonen, spelen, koppen) en een voltooid deelwoord op t of d hebben (gewoond, gespeeld, gekopt). Ook de
Duitse zwakke werkwoorden (bv. wohnen, spielen) worden door een grote mate van regelmaat gekenmerkt.
Zwak werkwoord: tegenwoordige tijd
Het zwakke werkwoord in het Duits heeft regelmatige uitgangen in de tegenwoordige tijd, die achter de 'stam' (=werkwoord min '-en') van een werkwoord
komen. Let wel op: als de stam van een werkwoord op 't' of 'd' eindigt (bv. bij arbeiten, finden, warten), komt er soms een extra 'e' voor de uitgang, omdat
het anders niet klinkt (dus: 'er arbeitet' i.p.v. het onuitspreekbare 'er arbeitt').
‘gewoon’ zwak ww
zwak ww met stam op t/d
Ich
Wohne
Warte
Du
Wohnst
Wartest
Er
Wohnt
Wartet
Wir
Wohnen
Warten
Ihr
Wohnt
Wartet
sie
Wohnen
Warten
Sie
Wohnen
Warten
Zwak werkwoord: verleden tijd
Ook de uitgangen van de verleden tijd worden voor zwakke werkwoorden in het Duits door grote regelmaat gekenmerkt. Ook hier geldt weer: eindigt de
stam van het werkwoord op 't' of 'd', dan volgt in de verleden tijd een extra 'e' voor de uitgang.
'gewoon' zwak ww zwak ww met stam op t/d
ich Wohnte
Wartete
du Wohntest
Wartetest
er Wohnte
Wartete
wir Wohnten
Warteten
ihr Wohntet
Wartetet
sie Wohnten
Warteten
Sie Wohnten
Warteten
Zwak werkwoord: Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord van een Duits zwak werkwoord komt volgens de volgende formule tot stand: ge+stam+t. Als de stam van het werkwoord op 't' of 'd'
eindigt, dan wordt dit uiteraard ge+stam+et.
'gewoon' zwak ww zwak ww met stam op t/d
voltooid deelwoord: Gewohnt
Gewartet
Hulpwerkwoorden zijn vormen van ‘haben’ of ‘sein’.
ww. op –ieren krijgen geen ge- in de volt.tijd
ich habe telefoniert
ww. beginnend met be-, er- , ent- ver – enz. krijgen geen ge-
ich habe besucht
Zwak werkwoord: Gebiedende wijs
Gebiedende wijzen zijn er in 3 varianten:
Tegen 1 persoon gebruik je de stam:
Mach die Hausaufgaben, Peter!
Tegen meerdere personen gebruik je de stam + (e)t:
Macht das, Peter und Hans!
Tegen een U-persoon gebruik je het hele ww + Sie:
Machen Sie keine Probleme, Herr Müller!
Kenmerken sterk werkwoord
Een sterk werkwoord is een werkwoord dat in de verleden tijd een klinkerwisseling kent (bijvoorbeeld fahren - fuhr of sehen - sah) en waarvan het voltooid
deelwoord eindigt op -en (bijvoorbeeld gefahren, gesehen, gelassen, gesprochen). Als het werkwoord in het Nederlands sterk is, is dat vaak ook in het Duits
het geval.
Sterk werkwoord: tegenwoordige tijd
De regels van het sterke werkwoord in het Duits:
1. De uitgangen van het Duitse sterke werkwoord in de tegenwoordige tijd zijn: -e, -st, -t, -en, -t, -en, -en.
2. Als de stam van het werkwoord op een t of d eindigt (bijvoorbeeld halten), of op een s-klank (bijvoorbeeld lassen), wordt een s of t in de uitgang soms
weggelaten. Zie hiervoor de onderstaande voorbeelden.
3. Werkwoorden met een a in de stam krijgen bij 'du' en 'er' de klinkerwisseling a - a umlaut. Bijvoorbeeld: ich fahre / trage, maar: du fährst / trägst.
4. Werkwoorden met een korte e in de stam krijgen een e/i Wechsel bij 'du' en 'er'. Bijvoorbeeld: ich spreche / hilfe, maar: du sprichst, du hilfst.
5. Werkwoorden met een lange e in de stam krijgen bij 'du' en 'er' de e/ie Wechsel. Bijvoorbeeld: ich sehe / lese, maar: du siehst / liest.
Enkele voorbeelden van Duitse sterke werkwoorden, die de bovenstaande grammaticale regels verduidelijken. Let op de kleine verschillen in vervoeging,
uitgang, klinkerwisseling:
Gewoon
stam met a stam met korte e stam met lange e stam op t/d Stam op s-klank
ich springe ich trage
Ich helfe
ich sehe
ich halte
ich lasse
du springst du trägst
Du hilfst
du siehst
du hältst
du lässt
er springt
Er hilft
er sieht
er hält
er lässt
wir springen wir tragen wir helfen
wir sehen
wir halten
wir lassen
ihr springt
ihr seht
ihr haltet
ihr lasst
sie springen sie tragen Sie helfen
sie sehen
sie halten
sie lassen
Sie springen Sie tragen Sie helfen
Sie sehen
Sie halten
Sie lassen
er trägt
ihr tragt
ihr helft
Uitzonderingen
De volgende sterke werkwoorden vormen een uitzondering:
1. Geben, nehmen en treten (geven, nemen en stappen) hebben weliswaar een lange e in de stam, maar volgen de uitgangen alsof het om een korte e
zou gaan. Dus: ich gebe, maar: du gibst, er gibt. Vervolgens weer wir geben, ihr gebt, sie geben, Sie geben. Hetzelfde geldt voor ich nehme / trete en
du nimmst / trittst.
2. Gehen, bewegen, genesen en heben (= oppakken / bewaren) hebben als sterke werkwoorden wel een e in de stam, maar krijgen geen e/ie wechsel.
Dus: gewoon ich gehe, du gehst, er geht, wir gehen etc.
Sterk werkwoord: verleden tijd
De Duitse grammatica biedt duidelijke regels voor het sterke werkwoord in de verleden tijd. De uitgangen zijn hier --, -st, --, -en, -t, -en. Let wel op de
klinkerwisseling in de verleden tijd. Springen wordt bijvoorbeeld sprang, fahren wordt fuhr, sprechen wordt sprach, siehen wordt sah, halten wordt hielt en
lassen wordt ließ. Twee duidelijke voorbeelden van de vervoeging van een Duits sterk werkwoord in de verleden tijd:
finden - fand sprechen - sprach
ich fand
ich sprach
du fandst
du sprachst
er fand
er sprach
wir fanden
wir sprachen
ihr fandet
ihr spracht
sie fanden
sie sprachen
Sie fanden
Sie sprachen
Sterk werkwoord: Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord van een Duits sterk werkwoord komt volgens de volgende formule tot stand: ge+stam+en. Voltooid deelwoorden sterk moeten
geleerd worden!
finden
sprechen
voltooid deelwoord: gefunden gesprochen
Hulpwerkwoorden zijn vormen van ‘haben’ of ‘sein’.
Sterk werkwoord: Gebiedende wijs
Gebiedende wijzen zijn er in 3 varianten:
Tegen 1 persoon gebruik je de stam:
Find das Buch, Peter!
(Let op: Lies, Sieh, Sprich, Nimm, Iss, Triff, Vergiss, Gib
Let op: Sei – Seid – Seien Sie
Let op: Wasch dich – Wascht euch – Waschen Sie sich)
Tegen meerdere personen gebruik je de stam + (e)t:
Findet das Buch, Peter und Hans!
Tegen een U-persoon gebruik je het hele ww + Sie:
Finden Sie das Buch, Herr Müller!
DOCUMENT 10 Regel keuzevoorzetsels 3e/4e
Na de voorzetsels an, auf, hinter, in, neben, über, unter, vor, zwischen heb je of 3e of 4e naamval. Als er in de zin sprake is van een rust, een waar?
gebruik je de 3e naamval. Als er sprake is van een tijd, een wanneer? Gebruik je ook 3 e naamval.
Zodra er sprake is van een beweging, een waarheen? gebruik je de 4e naamval.
Dus:
Ich wohne in der Stadt. Am (an dem) Wochenende gehe ich aus.
En: Ich gehe in die Stadt.
Is er geen rust, tijdstip of beweging vast te stellen gebruik je bij auf en über de 4e naamval en bij de overige 7 voorzetsels de 3 e naamval (7/2regel).
Dus: Ich erzähle über meinen Bruder (geen rust, geen tijdstip, geen beweging, auf levert dan 4 e naamval op)
En: Ich zweifle an deinen Worten (geen rust, geen wanneer? geen beweging, an is één van de overige 7, levert dan 3 e naamval op)
DOCUMENT 11 Boekbespreking voorbeeld
Behandel onderstaande vragen zo uitvoerig, dat je er bij de voorbereiding van het SE Literatuur voldoende aan hebt. Succes!
1. titel / ondertitel / motto + verklaring
2. genre (epiek, lyriek, dramatiek) / subgenre (bijv. roman, hoorspel,etc.) + verklaring
3. thema ( is niet hetzelfde als handeling!)
4. motieven :
- structureel (spelen een rol binnen het verhaal)
- soms ook literair- historische en/ of leidmotieven
Geef citaten.
5. opbouw bijv. in delen / hoofdstukken of actes / scenes . Waartoe dient deze
indeling?
6. perspectief : ik- of hij/zij vorm. Wie is de verteller? Neemt hij deel aan de
handeling? Zijn er meerdere vertellers?
7. vertelwijze : chronologisch / flashbacks/ raamvertelling ? Welk effect heeft dat?
Hoe worden de personen weergegeven : van buitenaf (gesprekken, houding,
gedrag ) of van binnenuit ( gevoelens, gedachten ,etc.)
8. relatie tot de werkelijkheid
- is er bijv. een historische achtergrond of een andere relatie tot de werkelijkheid
- zijn de personen realistisch
Leg uit.
9. tijd, tijdsverloop, plaats, milieu
10.inhoud Maak een goede samenvatting, zodat je het verhaal niet opnieuw hoeft
te lezen voor het SE.
11.hoofdpersoon / -personen + belangrijke bijpersoon /-personen
Beschrijf de personen / karakter / ontwikkeling in de loop van het verhaal / welke
problemen zijn er en hoe gaan ze daarmee om / relatie tussen de personen
12.schrijver geboorte- / sterfdatum ; waar leeft /leefde hij ; andere publicaties ;
biografische bijzonderheden ; spelen biografische elementen een rol in het werk
13.stroming Kijk in je boekenlijst, tot welke stroming de schrijver behoort ; zoek de
kenmerken van deze stroming op (Internet; literatuurboeken in het lokaal) ; kijk,
in hoeverre het werk die kenmerken vertoont.
14 overige bijzonderheden Wat is je verder nog opgevallen (bijv. taalgebruik, stijl )
15.eigen mening wat vind je van het boek ; is er iets, wat je geraakt heeft ; vind je
de personen sympathiek of niet en waarom ; een aanrader ?

Documentos relacionados